Iemand die zichzelf helemaal terughoort in mijn tekst: dat is voor mij het allergrootste compliment.

‘Het is zo leuk om te zien dat onze sappi’s en gassi’s worden omarmd

Zo hemels lekker kan impact maken dus zijn, schreeuwen de cacaodrankjes van Kumasi. Vorig jaar werd de jonge frisdrankstartup – die voedselverspilling tegengaat en cacaoboeren aan een beter inkomen helpt – tweede bij de ASN Bank Wereldprijs. Hoe gaat het nu met Kumasi? Co-founder Linda Klunder (25) vertelt.

Briljant vindt Linda het idee om drankjes te maken van cacaovruchtvlees. Dit vruchtvlees komt vrij bij de productie van cacaobonen voor bijvoorbeeld chocola en wordt nu gewoon weggegooid. En dus is de afgestudeerd ontwikkelingseconoom ineens frisdrankmaker. 

‘Leer van onze fouten, be our guest

“Absurd, maar tegelijkertijd fantastisch. Het ondernemerschap trok me altijd al, maar ik had nooit gedacht dat ik een product op de markt zou brengen – en al helemaal niet in de frisdrankindustrie.” Bij Kumasi draait het om de vraag: Hoe kunnen we zo veel mogelijk positieve impact maken?

Iets goeds willen doen voor de wereld, dat zit er bij Linda al vroeg in. “Altijd als ik iets in de krant las over ongelijkheid of oorlog, was ik er boos over. Ik had een goed leven en vond het oneerlijk dat heel veel mensen dat niet hadden. Om de wereld te veranderen, wilde ik diplomaat worden.”

Lees verder bij Voor de Wereld van Morgen (ASN)

‘Je kunt gewoon gaan zitten en tegen God praten’

In de afgelopen jaren verloor ze veel mensen die belangrijk voor haar waren. Toch staat zangeres en ‘Op1’-presentator Giovanca Ostiana (44) bekend om haar stralende glimlach. “Ik zet het bikkelen soms heel bewust in de koelkast en kies voor lichtheid en vreugde.”

“Zo zit ik er wel vaker bij,” zegt Giovanca als ze op een broeierige zomerdag midden in het Amsterdamse Bos op een kleed plaatsneemt. “Maar dan met een grote picknickmand, en mijn dochter Jesamy met al haar vriendjes en vriendinnetjes om me heen. Ik zorg altijd dat ik genoeg eten, drinken en speelgoed meeneem voor de hele buurt, just in case.” Terwijl ze haar jurk rond haar benen drapeert: “Dat zijn mijn Curaçaose roots – als je iets kunt delen, dan deel je het.”

‘Ik vind het heel prettig dat zij mijn schema in de war schopt’

Dat gevoel van gemeenschap kreeg Giovanca als kind al voorgeleefd. “Mijn ouders kwamen in de jaren zestig naar Nederland om te studeren. Mijn vader werktuigbouwkunde, mijn moeder verpleegkunde. Ik werd geboren in Alkmaar, maar mijn ouders verhuisden heel bewust naar Amstelveen om mij en mijn broertje en zusje daar in alle rust op te laten groeien. Ook al hadden we het thuis niet breed, de deur stond altijd open en er was genoeg ruimte en eten voor iedereen.” 

Lees verder bij Visie (EO)

‘Pijn hoort bij het leven, omarm dat’

Van buiten: fitte vrouw, mooie baan, leuk gezin. Van binnen: trauma’s door een vader die haar sloeg en een broer die haar misbruikte. Femke’s man Coen besloot het van zich af te schrijven. Het begin van Eleison; een hoogstpersoonlijk boek dat pijnlijk veel herkenning oproept.

Coen: “Nadat Femke en ik verkering kregen, werd ik steeds meer geconfronteerd met de schaduwzijde van haar gezin. Als kind werd Femke geslagen door haar vader en jarenlang misbruikt door haar broer, met diepe trauma’s als gevolg. Haar destructieve familiesysteem verstikte onze relatie. Sommige omstanders probeerden de pijn met de mantel der liefde toe te dekken. We raakten vrienden kwijt, maar er waren gelukkig ook helden die naast ons bleven staan.”

‘Dit boek is de ondertiteling van de film van mijn leven’

Femke: “Wij misten warmte in ons gezin; mijn broer zocht dat bij mij en hoewel dat me veel schade heeft toegebracht, zit daar niet mijn diepste pijn. Wel dat hij geen verantwoordelijkheid nam voor de gevolgen van zijn daden. Toen hij na zijn scheiding een huis kocht bij ons in de straat, smeekte ik hem om van de koop af te zien. Zijn komst in de straat zou mijn huwelijk kapotmaken. Mijn broer antwoordde dat hij niet verantwoordelijk was voor mijn pijn en problemen. Toen brak er iets bij mij.”

Lees verder bij Eva (EO)

Thomas (41) neemt in een hospice afscheid van zijn zwangere vrouw en twee jonge kinderen

“We komen hier voor een sfeerreportage,” zeg ik tegen de 41-jarige Thomas als ik zijn kamer in het hospice binnenstap. Zijn broer Dick zit naast hem. Door een agressieve hersentumor wordt Thomas steeds zieker. Hij heeft volgens de artsen niet lang meer te leven. “Oh wat leuk, gaan zo meteen de muziek en lichten aan?” We lachen. De toon is gezet.

In 2018 krijgt hij te horen dat hij een hersentumor heeft. De meest agressieve vorm die er bestaat. “Ik had maar één vraag.” Thomas pauzeert even. “Of mijn ziekte genetisch overdraagbaar was. Het antwoord van de arts was ‘nee’. De rest maakte me niet meer uit.”

“Ik wist dat het niet te genezen was. Daarom heb ik mijn ziekte nooit gezien als een strijd, want een strijd kun je winnen. Natuurlijk heb ik wel iedere behandeling aangepakt. De zwaarste bestralingen en chemokuren hadden geen effect. Je kan daar wel somber van worden, maar het is een gegeven. Met de juiste mindset en acceptatie kom je heel ver.”

‘We zagen de tumor groeien en toch bleven we lachen’

Thomas is eigenlijk nog lang niet klaar met het leven. “Ik was hoofd van de salesafdeling bij een grote uitgever van wetenschappelijke literatuur. Toen ik ziek werd en thuis kwam te zitten, vroeg ik mijn manager of ik niet nog iets kon betekenen. Ik ben vanuit huis gaan coachen, omdat ik niet meer mocht autorijden. Dat ik niet meer mocht fietsen, vond ik nog erger. Ik kon niet eens meer met onze kinderen naar de kinderboerderij. Zo wordt je wereld steeds kleiner.”

Lees verder bij Eva (EO)

Column: Het graan horen knappen

“Waar gaat de reis naartoe?”, vraagt mijn gesprekspartner. “Naar Marokko.” “Oh, wat leuk! Waar vlieg je op?” “Eh, we gaan met de trein, want we willen minder vliegen.” Grotere ogen zie ik zelden. “Ik wist niet dat dat kon,” stamelt mijn gesprekspartner. Ben je gek geworden, lees ik in de blik. Misschien een beetje.

Het nadeel van idealen is dat je er ook iets mee moet. Toen ik net voor de zomer deze blog over vliegschaamte schreef, moest ik toch wel even slikken van het aantal keren dat ik schaamteloos het goedkoopste ticket naar steden en stranden boekte. Ik beloofde mezelf en de wereld plechtig dat ik nu écht minder zou gaan vliegen en wat vaker de trein of auto zou pakken. Nu ik kon niet meer terug, want het stond zwart op wit. 

Maar: aangezien mijn man en ik eind dit jaar een baby verwachten – ik weet het, een grotere CO2-bom kun je niet leggen – wilden we toch nog een laatste, mooie, verre reis met z’n tweeën maken. De Veluwe kan namelijk altijd nog. Nu kon ik met mijn grote mond vol idealen natuurlijk no way een leuk vliegtripje naar Bali plannen. En met de trein naar het zonnige eiland zou nét iets te veel tijd in beslag nemen. Dilemma. 

1000 bomen
Misschien zou ik in de voetsporen van mijn grote vriendin Babette Porcelijn kunnen treden, die in haar boek ‘De Verborgen Impact’ uitrekende dat er maar liefst 1000 bomen per persoon nodig zijn om het klimaateffect van een retourtje Bali te compenseren. Minder vliegen was voor haar geen opgave en ze wisselde de autovakantie zonder moeite in voor een fietsvakantie. Ze geniet nu veel meer, omdat ze op de fiets pas écht aan het ‘reizen’ is, van het langzaam veranderende landschap kan genieten en ‘het graan kan horen knappen’.

Natuurlijk is ‘slow’ de nieuwe trend en ik wil best wat inleveren op snelheid, maar van 1000 naar 20 kilometer per uur gaat me net iets te ver. En dus googleden mijn man en ik op een regenachtige avond hoe ver we zouden kunnen komen met de trein. Heel ver, bleek al snel. Niet veel later snelden de vingers van een enthousiaste medewerker van de Treinreiswinkel over het toetsenbord, op zoek naar de beste verbindingen. 

‘Ik beloofde mezelf en de wereld plechtig dat ik nu écht minder zou gaan vliegen en wat vaker de trein of auto zou pakken’

Vele verbaasde -, ‘weet je het zeker’- en ‘jullie zijn gek’-blikken later, stapten we op 1 september vanaf ‘ons’ Leiden Centraal de trein in. We strekten de benen in Parijs, waar we net genoeg tijd hadden om in het Frans onze dejeuner in een echte boulangerie te bestellen. Trein in, trein uit. Rond dinertijd gooiden we onze tassen neer in een charmante kamer in San Sebastian, waar de vele barretjes vol overheerlijke pinchosen cidre (niet voor mij dan) op ons wachtten. Twee dagen en een paar kilo verder stapten we de trein weer in, om via een tussenstop in Madrid in het Zuid-Spaanse Algeciras aan te komen. De ferry bracht ons de volgende dag in Marokko, waar de volgende hogesnelheidstrein al klaarstond om ons richting Fès te brengen. 

Drie dagen reizen
We hadden bewezen dat het kon: met de trein naar Marokko. Ook al kostte het letterlijk tien keer zo veel als een last-minute vliegticket van de goedkoopste aanbieder, deden we er niet drie uur, maar drie dagen over en waren we kapot. Maar die vele moeite en dat grote geduld – de app Storytel bleek een lifesaver – maakte wél dat we de enorme afstand tussen ‘onze’ binnenstad en de eeuwenoude medina begrepen. Voelden. Respecteerden. We hadden dan wel niet het graan horen knappen, maar wel het landschap zien veranderen en vele taal- of dialectgrenzen doorkruist. Hierdoor konden we geleidelijk wennen aan de stijgende temperatuur en de veranderende cultuur. 

We zouden nooit meer anders willen, zeiden we tegen elkaar. Totdat we beseften: we moeten ook nog terug. 

Volgend jaar misschien toch de Veluwe. 

Deze column schreef ik voor Eva (EO)

Jouw verhaal op ‘papier’?

Ik schrijf het met liefde op. Stuur me een berichtje!

Middenweg 43, Valkenburg (ZH)
info@charlottevanegmond.com
(06) 24 16 49 99

%d bloggers liken dit: